Stijlenpalet

stijlenpalet
Het stijlenpalet beslaat de onderste helft van de lade (weer te geven via het menu Weergave of de knoppenbalk). Gebruik het palet voor het instellen van de stijlen die u wilt toepassen in het document. Elke stijl heeft een stijlvoorbeeld en een titel.
Stijlen in het stijlenpalet wijzigen
  • Klik op de stijl die u wilt bewerken.
  • Gebruik het infovenster 'Weergave' om de stijlen in te stellen die u wilt toepassen.
  • De toegepaste stijlen worden weergegeven in het infovenster 'Stijlkenmerken'.
Boven de scheidingslijn staan stijlen die van toepassing zijn op bepaalde structurele gebieden van de opbouw:
Onder de scheidingslijn staan benoemde stijlen die u overal kunt toepassen. Benoemde stijlen kunnen alleen worden aangemaakt met OmniOutliner Pro, maar u kunt ze weergeven met Standard of Pro.
Benoemde stijlen toepassen op tekst in een opbouw
  • Selecteer de tekst waarop u een stijl wilt toepassen.
  • Sleep het stijlvoorbeeld van het stijlenpalet naar de tekst of druk op de functietoets (F1, F2,...) van de benoemde stijl die u wilt toepassen. (Houd de Command-toets ingedrukt tijdens het slepen om alleen de kenmerken van de benoemde stijl toe te passen en niet de benoemde stijl zelf.)
Om een benoemde stijl aan te maken, klikt u op de knop met het plusteken onder het stijlenpalet.
Om een benoemde stijl te verwijderen, selecteert u de stijl en klikt u op de knop met het minteken onder het stijlenpalet.